Categoriearchief: Alpujarra

Los Balates off grid op hoogte

Ons cortijo ligt op 1375 meter boven zee in een natuurpark. Op heldere, gelukkige dagen kijk je uit over de Middellandse Zee. Dan lacht de kust van Afrika je tegemoet met een dunne zwarte streep aan de horizon. Het gevoel van ruimte dat je hier ervaart, zul je in Nederland of België niet snel vinden.

Op de plek van een eeuwenoude ruïne bouwden we tussen 2005 en 2008 een “oerpaleis”.  Steeds opnieuw verbazen zich  bezoekers en gasten erover hoe aangenaam en comfortabel ons huis wel niet is. Inderdaad zorgt onze keuze voor natuurlijke materialen voor een heel aangename ambiance.

Als de avonden koud worden, stoken we de houtkachel lekker op. We douchen (warm) met vers water uit de beek. Drinkwater halen we vers uit de eigen bron. We leven simpel en helemaal off grid, maar hebben wel wifi. Onze dag begint met een vers eitje van de eigen kippen. Het leven, kortom, is hier goed. Life as it shoud be lived, noemde Sally het ooit.

In onze groententuin, maar ook bij de inrichting van de overige percelen, oefenen we met de basisprincipes van Permacultuur. We oogsten er amandelen, kastanjes, vijgen, druiven en steeds meer soorten fruit en groenten.

We zijn lid van de CAAE en de producten van onze finca hebben dan ook een ecologisch certificaat. We proberen hier de traditionele vormen van werken levend te houden, maar experimenteren ook eindeloos met maken van fermenten, likeuren, baksels, voeding voor de kippen… Waarmee eigenlijk niet?

Zelf ervaren? Balates biedt stilte en geborgenheid voor wie even helemaal tot rust wil komen. Onze honden gaan graag met je mee op een uitdagende wandeltocht. Maar ze houden je ook gezelschap als je in stilte wilt lezen, schilderen, peinzen… Neem gerust contact op.

Water 

De winter van 2015/16 was de zoveelste in een reeks van winters die warmer en droger waren dan “normaal”. Duizelingwekkende hittegolven in de zomers verteerden het meerjarig ijs op de toppen. De foto van het Parque Nacional vertelt dan ook het hele verhaal. Je ziet de zuidflank van de bergen in de Sierra Nevada, begin juni. Kaal en droog.

Het ijs op de foto vormt de reserve voor de zomer. Voor de boeren, voor ons, voor het hele dorp, voor alle dieren. Op 2500 hoogte, waar traditiegetrouw de schapen uit het dorp hun zomer doorbrengen, stroomt intussen nog maar een miezerig stroompje. De herders vrezen dat daar in augustus niets meer van over zal zijn. En dan?

Nog geen vijftien jaar geleden vloeiden op Balates drie bronnen. “Ze geven veel minder dan vroeger”, vertelde Maximiliano toen. “Tot begin jaren zeventig lag er in de winter een maand lang tot wel een meter dikke sneeuw. Die bleef ineens weg. Sindsdien hebben we minder water.”  Een wijnboer in La Contraviesa vertelt onlangs  hetzelfde verhaal. “Jij denkt dat het hier altijd zo geweest is, maar wij zien klimaatverandering. Vanaf 1973 en hebben ons er stukje bij beetje aan kunnen aanpassen.”

Onze eerste bron, La Cinca de Mayo, viel droog in 2009, de tweede, vlak onder het cortijo een paar jaar later. Zien we deze zomer ook de derde opdrogen?

In een normaal jaar verwachten we geen neerslag voor medio september. Maar normaal bestaat niet meer. We duimen  voor onverwachte regen en een dikke kap sneeuw op de Sierra.

Ola de calor

Och, een hittegolf van een dag of wat is in de Alpujarra  zeldzaam als komkommertijd in Nederland.  Maar al sinds 23 juni lopen de temperaturen overdag op tot ver boven de dertig graden en afgelopen nacht koelde het af tot… 27 graden. De “ola de calor” is overal het enige gespreksonderwerp en de kranten gaan op onderzoek uit.  “Je kunt geen raam open zetten, zelfs niet als het donker is. Zo’n hitte hebben we hier nog nooit gehad.” Aldus noteerde El Ideal gisteren in buurdorp Valor, terwijl in Granada het record voor de hoogst gemeten temperatuur werd vernieuwd. Daar spreekt El Independiente niet van een golf, maar van een tsunami.

En heet is het, gloeiend heet. Onze kippetjes snakken met open bek naar verkoeling onder het bladerdak van hun wilg dat al bedenkelijk geel kleurt. Wij doen wat we kunnen om zoveel mogelijk zon buiten te houden, maar ook in ons cortijo loopt de temperatuur onverbiddelijk op.  Zodat de honden al voor tien uur in de ochtend hun favoriete koele plekje bezetten en daar blijven tot zeker zeven uur in de middag. De dieren in de Sierra de Lujar, niet ver hier vandaan, hebben het slechter getroffen. Daar gingen in twee dagen en nachten duizenden hectare natuurpark verloren. De gecombineerde effecten van twee droge winters en hitte in de zomer maken veel indruk.

In de plus en om positief af te sluiten: onze moerbeiboom zorgde ook deze zomer voor een plas overheerlijke likeur en geeft ons  fijne, verkoelende schaduw. We duimen dat de regen vroeg zal zijn dit jaar.

 

Vakantielezen: Brenan, Stuart en Vroom

Kort na de Grote Oorlog streek een Engelse officier neer in Yegen. Gerald Brenan had wat geld gespaard en zocht naar een aangename plek waar dat geld lang mee zou gaan. Hij werd in Yegen met open armen ontvangen en het mooiste meisje van het dorp oogstte, ruim minderjarig, zaad voor haar eerste kind. Nog voor de geboorte van zijn dochter verdween Brenan alweer naar Engeland, om na enkele jaren terug te keren met een lelijke edoch wettige echtgenote.

Brenan onderhield intellectuele contacten met schrijfster Virginia Woolf, schilderes Nora Carrington en andere Bloomsburgers. Hij deed zelf ook aan de schrijverij. Zijn boek South From Granada geeft een gedetailleerd beeld van leven en gebruiken in Yegen en Alpujarra voor WOII. Taaie, trage, maar interessante, leerzame en bevredigende leeskost.

Ook Chris Stuart had cultureel geanimeerde vrienden. Hij speelde drummer in de eerste bezetting van seventies prog-rock groep Genesis maar stopte vanwege een onoverkomelijk gebrek aan maatvastheid. Meer bedreven in het scheren van schapen en andere fysieke klussen dan in het drummen, beschrijft hij desondanks in ritmische zinnen zijn avonturen. De enorme zelfspot en het Britse gevoel voor humor maken Driving over Lemons een feestje voor elke lezer.

We lazen Driving Over Lemons op weg naar Spanje, in 2002, de dagen dat we de koop van onze finca gingen afronden. Wie de eerste twintig pagina’s gelezen heeft, wil zelf ook een finca. Hoeveel van zijn landgenoten zijn voorbeeld hebben gevolgd, valt slecht te peilen. Maar dat zijn eerste boek een enorme demografische impact heeft gehad, dat betwist niemand.

Berend Vroom kreeg enige bekendheid als Stuart’s buurman Bernardo. Hij vertrok vanuit zijn studentenstad Nijmegen al jong naar Orgiva en leerde leven en overleven op een finca. Vroom vond tijd en energie om een verdienstelijke bundel verhalen te schrijven onder de titel Fadoek, Willy, Bep en andere dierenverhalen uit Andalusië.  De prachtige film  Encarnación van Tanja Nabben (2013) toont Berend in zijn natuurlijke habitat en is dan weer een Geheimtip op zichzelf. Maar da’s film en niet lezen.

 

image image

 

 

 

Alpujarra in beeld en geluid

 

Deze videos geven een beeld van deze streek in Zuid-Spanje. Niets aan toe te voegen. O, jawel, toch… Van de ruimte en grootsheid blijft ook op video niet alles over. Zelf kijken is toch het beste.

De documentaire Aguas Passadas staat opgedeeld in drie stukjes op Youtube. Deel 2 en 3 kun je daar vinden. Ze toont Yegen in 1973 en een stokoude Gerald Brenan die er nog eens zijn wereldse zonden overdenkt zonder ons daar expliciet deelgenoot van te maken.

 

Van finca’s en feodale tijden

Los Balates is de naam van een finca. Om ons heen liggen andere finca’s: La Catalina, de Prado Moreno en de Zulla. Een finca is een stukje grond met daarop een cortijo, een eenvoudig hutje van gestapelde steen, wat palen en een gammel dak. Alleen ingewijden weten waar de ene finca begint en de andere ophoudt en  aantal leden van die secte dunt in razend tempo uit. De tijden veranderen snel.

De mensen uit het dorp brachten tot diep in de jaren zeventig hun zomers door op hun finca in de bergen. Het dikke pak sneeuw op de toppen van de berg zorgde er voor verkoeling en voor een frisse bries.

In grote stukken van de Alpujarra behoorde de grond toe aan een handjevol “señores”, grootgrondbezitters. Jaarlijks wees de señor een finca toe aan de onderdanen  in het dorp. Het ene jaar kreeg je gezin de ene finca, het volgende aan een andere. Heel veel mensen in Yegen zeggen dan ook glunderend: “Ik heb lang op Los Balates gewerkt!” of zelfs: “Ik ben er geboren! Toen liep er een stroompje voor het cortijo en  hadden we een koe”. Niet elke finca was zo vruchtbaar en rijk als Balates.

De pacht voor de señor bedroeg de helft,  50 procens, van de jaaropbrengst – plus alle bijkomende genoegens naar willekeur, maar dat spreekt vanzelf. Hun winst lekte weg naar de stad, Granada, Malaga of Madrid. In de Alpujarra investeerden ze niet. De streek was arm en bleef dat tot op de dag van vandaag.

Aan dit feodale stelsel kwam in de jaren zeventig een einde – al staat de señor nog steeds ver boven iedereen op de sociale ladder. Noord-Europa kreeg  gebrek aan arbeidskrachten. Ondernemende jonge mannen uit het arme Andalucia trokken daarop naar Nederland en Duitsland. Zij maakten zonder morren lange dagen in de fabrieken en onregelmatige diensten waren ze van huis uit gewend. Ze verdienden in korte tijd een fortuin – naar eigen maatstaven althans.

Terwijl deze gastarbeiders spaarden voor hun familie, liepen de reserves bij de señores langzaam leeg. Met het wegtrekken van de goedkope arbeidskrachten waren hun inkomsten opgedroogd. Toen langzaam de ene na de andere arbeider terugkeerde naar het dorp, zagen de señores kans om de inkomsten op te krikken door stukjes land te verkopen.

De betere finca’s gingen grif van de hand en er bleef geld over voor een huis en voor de studie van de kinderen. Zij zouden een betere toekomst hebben – en kregen die.  Werken op het land, met kromme rug zoals hun ouders, hoefden ze niet en belangrijker: wilden ze niet. Wat doe je dan met een finca als je oud wordt? Verkopen. Aan mensen uit Noord-Europa, bijvoorbeeld…